Google gebruikt drie meetwaarden om te bepalen hoe prettig je site aanvoelt. Ze heten Core Web Vitals, en de namen klinken technischer dan ze zijn. In gewone taal meten ze drie dingen: hoe snel je pagina laadt, hoe snel hij reageert op een klik, en of hij niet verspringt tijdens het laden.
De drie in mensentaal
- LCP (laden). Largest Contentful Paint: hoe lang duurt het voordat het grootste ding op je scherm — meestal je hoofdafbeelding of titel — zichtbaar is? Google wil dit onder 2,5 seconden.
- INP (reageren). Interaction to Next Paint: als iemand klikt of tikt, hoe snel reageert de pagina dan? Doel: onder 200 milliseconden. Dit is de metric die de meeste sites tegenwoordig falen, meestal door te veel of te zware JavaScript.
- CLS (stabiliteit). Cumulative Layout Shift: springt je pagina tijdens het laden? Je kent het wel — je wilt op een knop klikken en net op dat moment schuift alles omdat er een afbeelding inlaadt. Doel: onder 0,1.
Waarom het ertoe doet
Core Web Vitals zijn een bevestigde ranking-factor. Ze zijn geen wondermiddel — goede content weegt zwaarder — maar bij twee vergelijkbare pagina’s geeft de snelste de doorslag. En belangrijker nog: ze raken je omzet direct. Een pagina die traag laadt of verspringt, kost je kliks en bestellingen, ongeacht wat Google ervan vindt.
Waar je begint
Meet eerst waar je staat, met Google’s eigen PageSpeed Insights of het Core Web Vitals-rapport in Search Console. Pak dan de metric aan die in het rood staat. Meestal zit de winst in dezelfde dingen: afbeeldingen comprimeren en de juiste afmetingen meegeven (LCP en CLS), en minder zware scripts laden (INP). Het is geen loodgieterswerk voor Google alleen — het is gewoon een betere site.
Benieuwd waar jóuw webshop omzet laat liggen?
Doe de gratis groeicheck (1 minuut) voor een eerlijk advies, of plan direct een kop koffie, de eerste is van mij.